Sponsors

Mijn debuut op de Paralympische Spelen – Parijs 2024
Samenvatting
Tijdens het kwalificatietoernooi werd ik ziek, waardoor ik mijn laatste kans om me te plaatsen voor de Spelen verprutste.
Ik haalde de limiet niet. Gelukkig was er nog een andere manier om me te kwalificeren, en die kans heb ik met beide
handen aangegrepen. Uiteindelijk mocht ik tóch naar de Paralympische Spelen van 2024 in Parijs en wat heb ik genoten!
Met ons estafetteteam werden we tweede en mochten we stralen op het podium. Individueel eindigde ik als vierde op de
100 meter vlinderslag, met een geweldig nieuw persoonlijk record. Na de Spelen werden alle medaillewinnaars uitgenodigd bij de koning en mocht ik meerdere huldigingen meemaken. Het was even wennen aan alle drukte en aandacht, maar als paralympisch sporter voel ik me ontzettend vereerd. Wij zijn net zo goed topsporters als de olympiërs.
Kwalificatie
Voordat ik vertel hoe ik de Spelen heb ervaren, neem ik je eerst mee terug naar het kwalificatietraject.
Dat seizoen hadden we vier wedstrijden waarop je je kon plaatsen, acht kansen in totaal, als je de finales meetelt. Voor één van die wedstrijden waren we getaperd, dus volledig uitgerust. De rest zwommen we midden in trainingsblokken of tijdens het opbouwen van het seizoen. In theorie kon je ook dan de limieten zwemmen, maar mijn limiet lag zó dicht bij mijn persoonlijk record op de 100 meter vlinderslag, dat ik alles had ingezet op die laatste, getaperde wedstrijd.
En toen… werd ik ziek. Een week voor de wedstrijd begon ik flink te hoesten en raakte ik mijn stem kwijt. Mijn luchtwegen zaten helemaal vol en na een halve baan lag ik alweer te kokhalzen van het hoesten. Ik probeerde alles: medicijnen, rust, thee — maar ik wilde niet opgeven. Dit was mijn laatste kans.
Op de wedstrijddag voelde ik me nog steeds niet top, maar mijn coach en ik zeiden tegen elkaar: “We hebben er alles aan gedaan, nu zien we wel hoe hard het wordt.”
Tijdens de warming-up moest ik nog overgeven, maar gek genoeg voelde ik me toch sterk. Toen het moment daar was, gaf ik alles wat ik had. Helaas was mijn tijd niet goed genoeg, en mijn laatste kans op kwalificatie was voorbij. Ik was er kapot van.
Veel tijd om te balen had ik niet, want een week later begonnen de Europese Kampioenschappen. Daar lag nog een klein kansje om via de estafette alsnog geplaatst te worden voor de Spelen. Als we lieten zien dat we bij de top hoorden.
Mijn individuele race, de 100 meter vlinderslag, was als eerste. Ik voelde me beter en wilde laten zien dat ik het wel in me had om hard te zwemmen. En dat deed ik: geen persoonlijk record, maar wél een limiettijd. Hij telde officieel niet meer, maar voor mij voelde het als een overwinning.
Met die tijd pakte ik ook nog eens zilver. Later in het toernooi zwommen we de estafette, en we wisten: als we een sterke tijd neerzetten of een podiumplek halen, maken we kans op plaatsing. Dus gingen we vol gas. De tribunes zaten vol met oranje fans, iedereen ging uit z’n dak. We lagen zelfs op wereldrecordkoers. De laatste zwemmer tikte aan: wereldrecord en Europees kampioen!
Op mijn verjaardag kregen we te horen dat het estafetteteam was voorgedragen aan NOC*NSF. Het mooiste verjaardagscadeau ooit.
Het was lang wachten op het antwoord, maar uiteindelijk kregen we te horen dat we geplaatst waren voor de Spelen.
Vanaf dat moment ging er maar één zin door mijn hoofd:
“Ik mag naar de Paralympische Spelen van Parijs.”
Een moment dat ik nooit zal vergeten.
Op naar Parijs
De weken vlogen voorbij. We mochten ons kledingpakket ophalen en de vlaggen werden officieel overgedragen aan de chefs de mission – we hoorden nu écht bij TeamNL.
Een week later vertrokken we naar Belek (Turkije) voor ons pre-camp, de perfecte plek om tot rust te komen en alleen maar te trainen. Anderhalve week later vlogen we door naar Parijs. Vanuit het vliegveld gingen we direct naar het Paralympisch Dorp.
We waren een van de eerste teams die arriveerden, en het dorp was gigantisch, net een echte stad. Elk flatgebouw had zijn eigen land. Ons TeamNL-gebouw lag vlak bij de Seine, met een prachtige brug waar je de zon kon zien ondergaan. Ik werd meteen verliefd op het dorp. Het voelde na een paar dagen al als thuis, al was het in het begin behoorlijk overweldigend met alle drukte en activiteiten. Gelukkig waren we er vroeg, zodat we rustig konden wennen voor het toernooi begon.
De eerste keer dat we het zwemstadion binnenstapten, kreeg ik kippenvel. Zó groot, zó veel stoelen en allemaal straks gevuld. Ik was blij dat ik op dag één niet hoefde te zwemmen, zodat ik kon kijken bij de finales. Toen dacht ik: “Ik kan niet geloven dat ik hier straks zelf mag zwemmen.” De sfeer was ongelofelijk.
Mijn races waren op dag 5 en dag 9. Eerst de 4x100 wisselslag estafette (34 punten). De 34 punten betekenen dat we met z’n vieren samen niet boven dat totaal mogen uitkomen. Elk punt staat voor een klasse. Dus als iemand in je team in klasse S10 zwemt, telt dat als 10 punten. Ons team bestond uit een zwemmer op de 100 meter rugslag (S10), één op de 100 meter schoolslag (SB9), ikzelf op de 100 meter vlinderslag (S9) en een zwemmer op de 100 meter vrije slag (S6).
Ons team lag lang op koers voor goud, maar op de laatste 15 meter werden we ingehaald. Natuurlijk waren we even teleurgesteld, maar zilver op de Spelen is iets om enorm trots op te zijn.
Op dag 9 stond mijn individuele 100 meter vlinderslag op het programma. Dit keer had ik vooral zin om te racen, geen zenuwen en alleen maar enthousiasme. De race was super spannend, alles lag dicht bij elkaar. Natuurlijk droom je van een medaille, maar ik wilde vooral genieten en mijn beste race ooit zwemmen. En dat deed ik: ik zwom een persoonlijk record dat al drie jaar stond! Ik werd vierde, net naast het podium, maar ik kon alleen maar blij zijn. Dit motiveert me alleen maar om nóg harder te trainen, zodat ik bij de volgende Spelen die individuele medaille wél mee naar huis neem.
Na de Spelen
Na de Spelen begon het echte gekkenhuis. Op maandag kwamen we thuis, en dinsdag stonden we al bij de koning op bezoek, wat een eer! Diezelfde avond werden we gehuldigd in Amersfoort, waar we trainde. De week erna volgden interviews, huldigingen in mijn geboortedorp Santpoort-Noord en in het provinciehuis van Noord-Holland. Daarna nog fotoshoots en huldigingen bij mijn vereniging.
Overal werden de olympiërs en paralympiërs samen gehuldigd, en dat vond ik geweldig. Wij trainen net zo hard, en dat mag gezien worden. Het niveau stijgt elk jaar, en ik ben er klaar voor om mee te blijven vechten.
Mijn vakantie stond vooral in het teken van interviews en feestjes. Het was een geweldige ervaring, maar ook intens. Mijn energie was daarna wel op, maar ik ben enorm dankbaar dat ik dit heb mogen meemaken.